Blog
Het programma bestond uisluitend uit werken van de Engelse componist Jonathan Harvey (*1939). In zijn land kent de liefhebber hem wel, maar hier in Nederland weet slechts een enkeling dat zijn naam voorkomt in het vrijwel gesloten boek van de moderne ‘klassieke’ muziek. Twee strijkkwartetten, een strijktrio en een ‘Buddhist song’ waren ons deel. Misschien is dat wel de goede manier om nieuwe muziek te leren kennen: door een hele avond te luisteren naar werk van één componist krijg je gevoel voor zijn muzikale taal en gebaren.
Dat was in dit geval ook zo: met aparte, bijna soms ‘elf-achtige’ geluiden, zwevend op de rand van het hoorbare, ‘puntjes’, geen ‘streepjes’ om het overdrachtelijk te zeggen (hoe kan je anders over muziek praten?), vanuit de stilte naar de stilte, en ritmisch immens complex. Met een duidelijke impressie gingen wij huiswaarts, verheugd met de nieuwe ervaringen.
Een leven lang (hij is over de zeventig) heeft zo’n man aandachtig en intens aan zijn oeuvre gewerkt. Laat je nooit, nooit verleiden moderne klanken, moderne kunst in het algemeen, af te doen me een schouderophalen. Wij, luisteraars (of liever en helaas gezegd: wij niet- of zelden-luisteraars naar dit soort muziek), wij blijven maar hangen bij het ijzeren repertoire en weigeren meestal mee te gaan op de ontdekkingsreis die in de twintigste eeuw is begonnen en nooit ten einde zal komen. Vanuit die houding zal het nooit wat worden.
Zet de oortjes maar open, echt, oefening baart kunst!
Blijf weg van de liefdesdrank die niet voor jou bestemd is, of het vergaat je als Tristan en Isolde – bij Wagner, natuurlijk, maar ook bij Frank Martin (1890-1974), de Zwitserse componist die de tweede helft van zijn leven in Nederland woonde, en wiens ‘opera’ Le vin herbé op hetzelfde zeer oude gegeven is gebouwd.
‘Moderne’ muziek, nou ja, alweer zeventig jaar oud, maar zo pakkend, zo subtiel, oude en nieuwe compositietechnieken tot een verbluffende eenheid gesmeed. De musici (zeven strijkers en een piano) op het toneel, samen met acht zangers en een klein koortje; enkele simpele zetstukken en aanduidingen van een schip, van zee, van een bos, ja, zoiets kan toch eigenlijk alleen in onze tijd. Tot en met de ‘envoi’, de prachtige boodschap voor de toehoorders, is dit een meesterwerk—een woord waar je zuinig op moet zijn.
Puccini en Donizetti, Bizet en Gounod, ze mogen (even) de prullenmand in. Je beseft ineens hoe in onze tijd nieuwe mogelijkheden van expressie, zowel muzikaal als theatraal worden ontdekt en wat een verpletterende werking hun toepassing kan hebben. Televisie en musical, popconcert en cabaret werken met zulke sterke prikkels van geluid, van spel en van kleur (zonder versterking gaat het al nooit meer) dat je niet meer in de gaten hebt hoe veel indringender de werking van bescheidener middelen kan zijn. Een ontroerende avond.
Mijn hifi geschiedenis is al een hele lange, meer dan 30 jaar met aardig wat verschillende apparatuur. Er zijn al veel merken mijn revue gepasseerd. Begonnen met Harman Kardon (die heb ik nog steeds), Philips CD-200 en Kef zelfbouw speakers. Daarna verder gegaan met Martin Logan, Pioneer, Sansui, Luxman, Classé Audio, Plinius 9100 versterker en een Plinius CD-101 cd-speler. Op dit moment speel ik nog steeds met de Plinius cd speler, een setje Sun Audio SV-2A3PE monoblokken, een zelfbouw voorversterker van TNT-audio (preamble) meubel van Musical Affairs (custom-made) en een set Musical Affairs Grand Crescendo. De bekabeling is allemaal Furutech of van Pel Audio.
Ik ben jaren lang bezig geweest met allerlei hifispullen van verschillende winkels tot ik een paar jaar geleden Remko van Audio-Life ontmoette. Dit omdat hij reageerde op mijn voornemen een buizenversterker te gaan bouwen.
Sindsdien is Audio-Life mijn huisdealer geworden en ben ik erg tevreden met hun filosofie. En zo had ik al diverse keren een set Musical Affairs luidsprekers gehoord. Echt waanzinnig, alleen spelen ze niet zo prettig op een Plinius versterker.
Tot ik onverwacht tegen een set Sun Audio SV-2A3PE monoblokken aanliep. Nieuwe buizen erin, betere netsnoeren eraan gemaakt en ik was verkocht. Wat maakt dat muziek! Helaas paste het niet goed in mijn Finite-Elemente Pagode Master Reference audiomeubel en moest ik op zoek naar een ander meubel. Hans Kortenbach (Musical Affairs) maakt ook meubels en hij heeft voor mij een nieuw meubel gemaakt. Tot mijn verbazing klinkt het meubel van Hans veel beter als de als referentie beschouwde Finite! Ik beluister al jaren de masters van STS-Digital ( Fritz de With van o.a. de Marantz test cd’s) en zo kwam er het idee om door Fritz een promotiefilm te laten maken van Musical Affairs (Hans Kortenbach) en PHY-HP ( Bernard Salabert, de maker van de door Hans in zijn luidsprekers gebruikte units). Zo ben ik in 2009 op bezoek geweest bij zowel Hans als Bernhard in Frankrijk en raakte ik nog meer besmet met het Musical Affairs / PHY-HP virus.
De films zijn op Youtube terug te zien! Bij Audio-Life een set Musical Affairs Grand Crescendo`s besteld en deze spelen inmiddels naar volle tevredenheid!
Plannen voor de toekomst: een andere cd speler, misschien een 47 labs of een AMR en ooit een Sun Audio voorversterker.
Hij had haar geschreven: “Ik hoop natuurlijk dat je ouders of jij er geen bezwaar tegen zullen hebben dat de plaats naast die welke ik je aanbied, door mij wordt ingenomen”. En zo zaten ze, zij negentien jaar oud, hij drie-en-twintig, hand in hand op het balcon van het Concertgebouw. Ze luisterden naar de grote Willem Mengelberg en volgden samen de muziek van Gustav Mahlers Das Lied von der Erde in een zakpartituur. Die ligt hier voor mij, in een verbleekt Jugendstil-omslag met bijpassende letter. In haar stevige handschrift schreef zij buitenop een parafrase van de Duitse tekst uit het zesde deel, ‘Der Abschied’ – ik vertaal maar even: ‘Voor Hans. Ik verlang er vurig naar, mijn vriend, om aan jouw zijde van de schoonheid van deze aarde te genieten’ 16-10-1919.
Hoewel ze bijna niet meer kon lopen en hij overleden was, namen wij haar tachtig jaar later mee naar het Gebouw, zaten op het balcon, en hoorden het werk opnieuw. ‘Ich sehne mich, o Freund, an deiner Seite die Schönheit dieses Abends zu geniessen’
Wat in haar omging, het was bijna nooit te peilen. Een leven met ‘Hans’ lag tussen toen en nu, en grotere tranentrekker dan Mahler is toch niet te vinden. Maar een traan heb ik deze sterke vrouw, mijn moeder, bijna nooit zien laten. Ook toen niet.
Mijn leven als audio-liefhebber begon op jonge leeftijd met een wandeling langs de Hi-Fine, gelegen aan de Ginnekenmarkt in Breda. Turend in de etalage was er apparatuur opgesteld van Braun en Harman Kardon. Met name de aanblik van een Harman Kardon CD-speler is me altijd bijgebleven. De vormgeving, de eenvoud, de afwezigheid van toeters en bellen; dit moest gewoonweg beter klinken dan de standaard Sony en Philips producten waarmee ik op dat moment bekend was. Vanaf dat moment besloot ik dat ik ook een Harman Kardon setje wilde hebben. Uiteindelijk is het me gelukt om een setje bij elkaar te sprokkelen maar eerlijk gezegd heeft het geluid mij nooit echt weten te boeien. Na een aantal jaar klooien met kabels, wisselen van componenten en voorts wat audiofiel geneuzel, werd het in 2002 tijd om mijn definitieve set vorm te geven. Een Creek 5350SE moest de basis gaan worden van een hopelijk klankrijke en rustgevende toekomst in een ‘Audio-Life’ dat tot dan toe bestond uit voornamelijk kortstondige, vluchtige maar bovenal niet bevredigende hifi-affaires. Op zoek naar passende luidsprekers ben ik in aanraking gekomen met Wilco (Audio-Cube).
Benieuwd naar zijn filosofie heb ik niet veel later een afspraak gemaakt om gewoon eens vrijblijvend te luisteren onder het genot van een bakje koffie of goudgele rakker.
De opgestelde 47 Laboratory Shigaraki set, verbonden met de Jean-Marie Reynaud Evolution, veroorzaakte een ware revolution! Zo klankrijk, zo tastbaar, zo dynamisch en zo vrij van stress, ik wist niet dat audio zo dicht in de buurt kon komen van de werkelijkheid! Als trouwe concertzaalganger, meestal gezeteld op de eerste rij, kon ik op dat moment niets aanwijzen wat niet klopte. Sterker nog, ik had helemaal niet de behoefte om te gaan analyseren. Woorden als helderheid, transparantie, laag, midden en hoog hadden ineens weinig relevantie. Wat mijn oren hoorden was een nagenoeg perfecte reproductie van wat ik in de concertzaal meemaak, en ook de ervaring was vrijwel identiek aan hoe ik live muziek doorgaans beleef; volledig genietend, met de ogen dicht. Dit was exact waar ik naar op zoek was, mijn zoektocht was ten einde.
Enkele weken later was het tijd om uit te zoeken of mijn Creek versterker in de buurt zou kunnen komen van de Shigaraki. Neen, was het overduidelijke antwoord. Een schokgolf ging door mijn lichaam. Hoe was het in godsnaam mogelijk dat mijn versterker zo vlak en zo kaal kon klinken? Even was ik in paniek, qua prijs lagen de Shigaraki en de Evolutions boven mijn budget, en het was duidelijk dat, nu ik eenmaal geproefd had van het hemelse hifi fruit, ik met de Creek me eenzaam en ongelukkig zou voelen. Mijn verdriet was echter van korte duur toen de Synthesis Nimis ten tonele verscheen en met zijn zes buisjes, lichtjes gloeiend tegen een hoogglans zwarte achtergrond, mijn hart vervulde met warme, troostende klanken. Waar de Creek mij onderdompelde in een grijs en grauw geluidsbeeld, zo waande ik me door de Nimis een schilder, die een rijk palet aan klankkleuren voorgeschoteld kreeg. Niet alleen kon ik de klank een duidelijke kleur geven, soms leek het zelfs alsof ik het kon ruiken. De geur van ingeslagen bliksem bij een heftige piano aanslag of de geur van bloemen, waarop vlinders rustig dartelden op de klank van violen.
Niet lang heb ik nodig gehad om te besluiten om mijn hele set weg te doen en plaats te maken voor een Synthesis Nimis, Shanling CD-S100 en een paar JM Reynaud Twins. De muzikale Twins hebben een jaar later hun plaats moeten afstaan aan de iets meer veelzijdige Cantabile: eenzelfde muzikaliteit, iets meer longinhoud en wat meer rust & gemak. Als laatste is de Shanling vervangen door de Synthesis Pride. De afgelopen jaren is het opmerkelijk rustig in mijn audio leven. De aanschaf van een Furutech FP-3TS20 en een HRT Music Streamer+ zijn de enige wapenfeiten die ik u kan voorleggen. En dat is een goed teken. Nog steeds weet deze Synthesis/JM Reynaud set mij te verrassen en zolang dat het geval is, zie ik geen reden om verdere stappen te ondernemen richting hogere hifi sferen. Ach ja, stiekem droom ik van een Shigaraki set en een paar Emeraudes, maar als ik ontwaak en de buisjes langzaam de kamer verlichten met hun hemelse klanken dan is het weer volledig genieten geblazen;wel met de ogen open, want de Nimis is simpelweg te mooi om niet naar te kijken!
Krom die vingers eens wat meer, strek die arm wat verder, houd die schouders laag – aldus de leraar tegen zijn muziekstudent. Muziek maken is toch echt een ambacht, een bekwaamheid die voor het allergrootste deel berust op het vermogen om het fysieke helemaal te richten naar de muziek. Klinkt het vals? Laat de hand de klank corrigeren. Klinkt het ruw? Schouder, arm en hand die de stok bedienen (strijkers) of de aanslag regelen (pianisten), kaak- en mondspieren die de toon vormen (blazers) vragen om een andere toepassing. Zoek wat werkt – en gij zult vinden.Overal ter wereld is de beheersing van het ambacht de grondslag voor goed werk. Bewondering hebben wij dan ook voor de doeltreffende vaardigheid van de man die het parket legt, voor de tandarts die zijn boor hanteert, voor de tuinman die zijn rozen ent. En daarom ook hoort de nar niet bij de koning, maar bij de rijtuigmaker; daarom ook hoort Mozart niet bij de keurvorst maar bij de koks in de keuken, want het ambacht is (bijna) alles. Eerst en vooral is de musicus ambachtsman, die dagelijks die vaardigheid moet bijhouden en bijslijpen. Met die bekwaamheid begint en eindigt het vermogen dat te doen wat de muziek verlangt.
En wat verlangt die dan wel? Het antwoord op die vraag dragen wij allemaal in ons mee. Je mag dan meer van de pianist Barenboim dan van Brailowsky houden, meer van de violist Menuhin dan van Milstein – maar meer dan enkele heel kleine persoonlijke tintjes kunnen zij toch niet aanbrengen op de onvergetelijke meesterwerken die de grote componisten ons hebben geschonken: beelden die alle musici en alle muziekliefhebbers kennen en herkennen. Alleen met het geduld en de volharding van de nederige gezel die hoopt het eens tot meester te brengen, kunnen wij zelf misschien iets van die beelden reproduceren. Maar wat een vreugde dat, soms, schenkt!
Toen ik in februari 2010 op zoek was naar een USB DAC kwam ik via hifi.nl op de website terecht van Audio Life. Ik pakte de telefoon en belde met Caspar om te informeren naar de door hen aangeboden tweedehands DACmagic. Na een telefoongesprek van circa een half uur had ik een afspraak gemaakt om de maandag erop op bezoek te gaan bij Audio Life in Buren. De maandag erop van Velp naar Buren gereden met als enige doel: snel en zo goedkoop mogelijk de DACmagic oppikken en weer naar huis. In Buren werd ik echter zeer hartelijk ontvangen door Caspar die vol trots het nieuwe Audio Life pand liet zien. Ik keek mijn ogen uit want wat ik hier zag had in de verste verte niets te maken met mijn beeld van “High End” audio.
Jarenlang was ik op zoek naar de ultieme audio combinatie en keer op keer was ik uiteindelijk niet tevreden met de aanschaffen die ik deed. Ik was een typische “High Ender” die altijd bezig was met andere kabeltjes een “betere” versterker en “betere” luidsprekers etc…. Ik ging jarenlang mee in de flow van de audioshows en vakbladen en dacht dat duurder ook automatisch betekende beter geluid. Keer op keer was er opnieuw de teleurstelling omdat “beter” in de praktijk vooral neerkwam op duurder en “anders” in plaats van echte verbetering.
Caspar was oprecht belangstellend en nam uitgebreid de tijd voor mij. Hij liet me vervolgens een aantal combinaties luisteren in de verschillende luisterkamers. In eerste instantie geluisterd naar de 47 Labs Shigaraki combinatie met Harbeth monitoren vervolgens naar de Audio Note Jinro met An-E hoog rendement luidsprekers en als laatste de combinatie van Pel Audio met de Musical Affairs luidsprekers. Ik was confuus. In twee uur tijd stond mijn hele beeld van de audiowereld op zijn kop. Ik had drie combinaties gehoord die werkelijk van een muzikaliteit getuigden welke ik nog nooit eerder had gehoord. Mijn doelstelling om snel de DACmagic op te pikken en weer snel naar huis te gaan liet ik varen. Ik wilde dezelfde muzikaliteit thuis als die ik had gehoord deze middag.
Nu lijkt het impulsief om in een paar uur tijd te besluiten om afstand te gaan doen van alle spullen die ik op dat moment thuis had staan na jarenlange zorgvuldig samenstellen. Maar ineens besefte ik dat ik kon zoeken wat ik wilde maar dat ik met dat zoeken niet de muzikaliteit zou vinden die ik die middag had gehoord. Op dat moment liet ik mijn “high end” denken los en besloot om alleen nog maar af te gaan op de muzikaliteit van een audiosysteem en mijn eigen gehoor.
Nadat Caspar had geïnformeerd welke installatie ik op dat moment thuis had staan kwamen we samen tot de conclusie dat mijn Jungson versterker de Arcam Alpha plus cd speler en de Pro-ject Xpression platenspeler niet slecht waren maar vooral “audiofiel” en analytisch te noemen waren. Het had weinig meer met muziek en muzikaliteit te maken. Mijn luidsprekers daarentegen, de Tannoy DC6T zouden met een goede versterker wel muzikaal klinken. Vervolgens een demo gedaan met de Tannoy’s en de Manley Stingray. Muzikaal en daarbij ook nog eens heel cool qua looks. Wow wat een verschil. Ineens geen geluid meer uit een doosje en in plaats daarvan muziek en nog eens muziek.
Mijn besluit stond vast en ik besloot de Stingray aan te schaffen. Inmiddels zijn we een paar maanden verder en zijn ook de Arcam, de Pro-ject en de Tannoy’s verkocht. Ik heb het 47 Labs Shigaraki loopwerk en de Shigaraki DAC, de 47 Labs speaker bekabeling en sinds vrijdag de Jean Marie Reynaud Orfeo luidsprekers aangeschaft. Caspar dank voor de hele goede adviezen. Audio Life houdt vast aan jullie visie op muzikaliteit en audio want deze visie, die toch redelijk haaks staat op de normatieve “high end’ visie, heeft er bij mij voor gezorgd heeft dat het niet meer gaat om de doosjes waar de muziek uitkomt maar dat het gaat om de muzikale beleving welke je ervaart bij het luisteren naar prachtige muziek. Ik hoop oprecht dat in mijn voetspoor nog velen zullen volgen en tot dezelfde conclusie komen.
Het was 1995 en toen was er de Virgo II van Audio Physic. Ontworpen door de enige echte Joachim Gerhard. De man die een jaar of vijf geleden Audio Physic verliet en zijn eigen wat kleurloze Sonics is gaan bouwen. OK luidspreker, maar niet met die grote muzikale allure zoals we die kennen uit zijn Audio Physic tijd. Alhoewel mijn bezoek aan Hanze hifi gisteren wel de boel aardig door elkaar heeft doen schudden. Samen met een Linn streamer toch wel heel cool.
Onze zoektocht naar magie, zijn wij op dit moment aan het luisteren naar Audio Physic en overwegen dit toe te voegen aan onze bestaande merken. Maar natuurlijk niet zonder slag of stoot. Het vertrek van Joachim heeft diepe sporen nagelaten bij de club. Een identiteitscrisis kon natuurlijk niet uitblijven. De opvolgende modellen klonken niet. Zelf destijds een paartje nieuwe Tempo’s van Wilbert na drie maanden weer aan de straat gezet. Alhoewel ik Wilbert en Audio Physic daar diep dankbaar voor ben, want dat was feitelijk het begin van mijn samenwerking met Audio-Cube, wat weer heeft geleid tot dit stukje tekst in deze vorm binnen Audio-Life. Heerlijk! De speakers van Audio Physic, zien er mooi uit, afwerking bleef goed, maar waren saai en weinig inspirerend van klank. Nu we een aantal jaren verder zijn beginnen deze speakers toch weer aardig bij te trekken en kregen wij positieve indruk van de Avanti en Virgo 25 in Munchen. Goed nieuws voor een Audio Physic liefhebber zoals ikzelf.
Een paar oude Virgo’s helpen ons bij de verdere beoordeling van dit merk wat ik nooit heb kunnen loslaten. Eigenlijk een speaker die ik altijd al heb willen hebben, zeker ook nadat ik destijds bij Rhapsosdy de oude Caldera heb gekocht en waar ik een aantal jaar naar heb geluisterd. Overigens een heerlijke luidspreker, met veel middengebied, kleur en een fabuleus holografisch beeld. Maar ook een moeilijke speaker om goed te krijgen. Mij is het in ieder geval nooit gelukt met mijn kennis van destijds om uit deze speaker het onderste uit de kan te halen. Achteraf had er gewoon versterker op gemoeten met flink wat vermogen.
Via marktplaats! jawel het domein voor koopjes en minderbedeelden (kijk mij nou). Mijn hart begon sneller te kloppen toen ik dit paar Virgo II zag. Ik heb zitten wikken en wegen, bood op Duitse hifi sites wat niets werd, waardoor ik uiteindelijk naar Roermond ben gereden om dit paar op te halen. Prachtig, Birds eye maple, met optioneel onderstel en klittenband langs alle units. Deze laatste als mogelijkheid om een afdek plaat op de units te doen en aangebracht door een audiofiel die uit angst voor gebruik alles deed om deze nieuw te houden, doodeng en spuuglelijk. De vorige eigenaren hebben daar 10! jaar naar kunnen kijken en dat terwijl deze luidspreker van zichzelf zo mooi rank en smal is. Een echte maagd voor mij, iedere keer weer en wie wil daar nou niet naar kijken, laat staan naar luisteren. Het klittenband weghaalfeest was een groot succes. Eindelijk een Virgo die zijn naam eer aan doet. Zonder klittenband…….
Maar maagdelijk klonk hij zeker niet, wel heel mooi ingespeeld. Maar met name het 3d beeld detail en mid zijn verbluffend goed. Geen podium speaker, maar eentje waar je heel dichtbij het orkest zelf zit. Sinds lange tijd komt er een mooi open beeld op mij af wat alleen gevoed wordt door de muziek. Bach, Caribou en Angus lieten van zich horen. Wow! Je moet deze speaker wel de ruimte geven. Hoe verder van de achtermuur hoe beter het beeld. Minstens anderhalve meter, maar liever meer. Doe je dat niet dan blijft over een hoopje muziek welke zo graag wil, maar die zijn ei niet kwijt kan. Het laag trouwens is wel behoorlijk vet. beetje to much eighties for me, maar met 47 Labs speakerkabel aangesloten is het heerlijk genieten mits een goed bijpassende versterker. De speaker heeft wel wat energie nodig. Onze favoriet de 47 Labs Shigaraki versterker liet het afweten. Vervorming en uitvallende kanalen waren het gevolg. Toch wel aardig wat vermogen nodig dus om dit goed te krijgen. Hier ben ik nog bezig om de ideale match te vinden, maar de baby Ongaku maakt het wel waanzinnig! Midden in de orkestbak, met veel kleur en tegelijkertijd een losheid die maar weinig speakers hebben.
Nu maar hopen dat de nieuwe Audio Physics doen wat de oude Virgo heeft waargemaakt. Ik zal het jullie laten weten zodra we nieuws hebben.
Lange tijd had ik Mozarts pianoconcert nr. 24 (KV 491) niet gehoord, maar ineens was het daar, en geen mens met oren aan het hoofd—en iedereen heeft ze – die er naar luistert (en met luisteren bedoel ik niets anders doen dan luisteren) kan zich onttrekken aan de intens duistere klem die dat werk op je legt. Het heeft een grote orkestbezetting (nou ja, ‘groot’ voor Mozart dan, één fluit, twee hobo’s, klarinetten, fagotten, hoorns, pauken en strijkers), waarvan de blazers in het middendeel met twee intermezzo’s vol aan de bak komen. Vaak laat de tovenaar in het laatste deel zijn greep wat losser met een vrolijk rondo, maar hier zeker niet. Hij blijft, op één variatie na, in een sombere stemming met een bijna wanhopig zoodje triolen aan het slot, niet ‘stralend’ of ‘uitbundig’, maar zonder enige nadruk, wat, vreemd genoeg, nog meer effect heeft – ‘af door zijdeur’ zou er in een toneelstuk kunnen staan.
Onvoorstelbaar vaak is gepoogd in woorden te vangen wat het wonder van deze, schijnbaar zo ‘eenvoudige’ muziek is. Dat is nooit gelukt, niet aan welke toehoorder dan ook in de pauze van welk concert dan ook, niet aan de meest lyrische recensent (en er wordt wat afgejoeld in die kranten), niet in welk boek over Mozart ook, en dat is maar goed ook, anders was het geen muziek. Hier (maar hier nog onbegrijpelijker dan waar ook, omdat het allemaal zo ‘natuurlijk’, zo ‘simpel’ klinkt) staat de mens overduidelijk voor het raadsel waarom muziek ons wat te zeggen heeft. Hoe? Wat?
Marantz vervangt de 5003-series door de… 5004-series. Met de Marantz PM5004 versterker en CD5004 CD-speler.
PM5004: € 329,-
CD5004 : € 299,-
Zodra ze geleverd worden: direct bij ons te beluisteren!
Nieuwe instap hifi componenten van Marantz garanderen hoogwaardige afspeelkwaliteit
Marantz, producent van hoogwaardige audio componenten, introduceert een nieuw sterrenteam om het aanbod van miljoenen CD’s af te spelen op een goed hifi systeem in plaats van op een PC.
Marantz toont met trots haar nieuwe, volledig nieuw ontworpen CD5004 compact disc speler en de PM5004 geïntegreerde stereo versterker. Dit paar levert hoogwaardige audio op een ongelooflijk concurrerend prijspunt.
In de op afstand bedienbare CD5004 huist een hoogwaardig stabiel en nauwkeurig CD transport mechanisme, gemonteerd op een speciaal ontworpen solide chassis met een lage resonantiewaarde en een goede akoestische demping. De stijlvolle en volledig metalen behuizing komt met een dik geanodiseerd aluminium voorpaneel, waardoor het de perfecte basis vormt voor het afspelen van CD’s door het minimaliseren van mechanische vibraties die van invloed kunnen zijn op het gevoelige analoge audio circuit.
Het hart van de CD5004 wordt gevormd door de Cirrus Logic CS4392, 192kHz/24-bit digitaal naar analoog converter. Dit resulteert in een reproductie van muziek van CD, CD-R/RW, als ook van MP3 en WMA-bestanden met ultra lage ruis.
Verder maakt de CD5004 gebruik van vergulde connectoren op de achterzijde en hoogwaardige componenten aan de binnenzijde zoals de Marantz HDAM-SA2 modules. Deze, door Marantz zelf ontwikkelde, Hyper Dynamic Amplifier Modules worden gebruikt in plaats van standaard Op-Amps, werkend als signaalversterker en als Low Pass Filter. De Marantz HDAM-SA2 modules overtreffen de standaard IC Op-amps ruimschoots met een sterk verbeterde slew-rate, snelheid en dynamiek waardoor de dynamische structuur en tonale kwaliteit van de muziek wordt behouden.
De Audio Ex(clusive) modus verbetert de geluidskwaliteit nog verder door niet gebruikte functies als de digitale uitgang, pitch control en het display, die het originele signaal aan kunnen tasten, uit te schakelen. Tel daarbij de coaxiale en optische digitale ingang, CD-Text en een hoogwaardige hoofdtelefoon ingang met volumeregeling op en het eindresultaat is een benijdenswaardige instap CD Speler.
De ideale partner voor de CD5004 is de voortreffelijke, op afstand bedienbare PM5004 geïntegreerde stereo versterker. Hij levert een krachtige 55 Watt per kanaal, en dit is net zoals alle door Marantz opgegeven vermogens, een conservatieve meting.
Uniek in de klasse waartoe de PM5004 behoort is zijn Current Feedback circuitarchitectuur ‘een hoofdkenmerk afkomstig uit de veel duurdere Marantz Premium modellen’ voor snelle en accurate signaalverwerking resulterend in perfect gebalanceerde audio reproductie en een open en nauwkeurig audiogeluid.
Het ontwerp biedt maar liefst vijf lijn-ingangen en een hoogwaardige MM phono ingang, toon- en balanscontrole, twee paar luidsprekeraansluitingen en een hoofdtelefoon ingang. Een gezonde spreiding in elke norm!
Om de best mogelijke audio prestatie te bereiken zijn de signaalpaden kort, direct en in spiegelbeeld geplaatst. Deze symmetrische circuitopbouw met korte links- en rechtse signaalpaden geeft een ongelooflijk precieze en sterk verbeterde stereo weergave, waarbij de source direct optie zorgt voor het kortst mogelijke signaalpad.
Het speciaal ontworpen, 6 kilogram wegend robuuste en akoestisch gedempte chassis met een lage resonantiewaarde completeert de PM5004. Deze nieuwe, stijlvolle versterker met volledig metalen behuizing komt net als de CD5004 met een dik geanodiseerd aluminium voorpaneel, dat een perfecte basis vormt door het minimaliseren van mechanische vibraties die het geluid negatief kunnen beïnvloeden. Beide ontwerpen zullen vanaf midden augustus beschikbaar zijn, zowel in het zwart als in zilver/goud.
Kleine Emma is bij ons. Zes jaar pas, maar wat een toewijding, wat een concentratie! Een doos kleurpotloden, een schaartje en wat papier, dat is genoeg om de creativiteit een impuls te geven die haar uren achtereen op het kleine stoeltje vasthoudt.
O, kon ik ook maar zo cello studeren, met die zelfde voortdurende intense aandacht voor elk lijntje, voor elke kleur en elke vorm! Onze wereld is zo groot en onze concentratie al te gauw en al te graag afgeleid: dit moet nog, dat moet nog, heb ik mijn mobiel wel afgezet? wat maakt mijn buurman nou weer voor lawaai? o hemel, ik ben de tandarts vergeten – en ondertussen vraag je je, al spelend, dan toch ook weer af of je dit loopje met de vingerzetting 1-2-5-4 of met 1-2-3-2 zal nemen: ik doe het nog eens, en nog eens, maar niet rustig, veel te gehaast, en kom niet tot een keuze “dan maar de volgende zes maten, o ja, daarvan heb ik vorige keer de streek echt goed uitgezocht, maar waarom heb ik die toen zo onduidelijk in de partij aangegeven? Opnieuw bekijken. En zo voort. Durf je dat studeren te noemen?
Studeren, saxofoon, piano, mandoline, het maakt niet uit, vraagt allereerst om een plan. Per week, per dag, en per uur. Eerst alles los maken, wennen aan het instrument, dan de toonladders, dan een (deel van de) etude, dan (een deel van) het ‘voordrachtstuk’ – alles heel ouderwets, altijd weer, maar er is niets beters dan die regelmaat. Ritme, rust en wilskracht, en van die drie is de laatste de meeste. En houd alles en iedereen buiten de deur.
Kijk naar Emma, en schep net als zij de kleine, eigen wereld waarin je zelf je schilderijen maakt, je noten speelt en je stukjes schrijft. Want dat wonderbaarlijke vermogen is het toch wat de mens onderscheidt van alle andere schepsels.
Een van de laatste liederenbundels die Gabriel Fauré op muziek zette, heet L’horizon chimèrique – moeilijk te vertalen, misschien De gedroomde einder? Dankzij de grammofoonplaat (door Lassus sr. gekocht in 1940!) heeft Lassus nog steeds een levendige herinnering aan de indrukwekkende stem van de schitterende zanger Charles Panzéra, die natuurlijk Fauré (à 1924) zelf had gekend en deze prachtige liederen op een vroege His-Masters-Voiceplaat had opgenomen.
Het is typisch laat werk, zoals veel muziek die op latere leeftijd geschreven is, een zekere ‘kaalheid’ vertoont – zonder dat de componist zo doof hoeft te zijn als Beethoven of Fauré waren.
Luister bij voorbeeld eens (nu we het toch over liederen hebben) naar Ravels overweldigende Chansons madécasses (Liederen uit Madagascar) of naar zijn Sonate voor viool en cello: een toch wat afstandelijk meesterwerk waarvan je de virtuoze bouw en originaliteit moet bewonderen, maar waar de liefderijke warmte van, bij voorbeeld, de suite Ma mère l’Oye (Moeder de gans) aan ontbreekt. Maar die stukjes waren dan ook geschreven voor de kleine kinderen van zijn vrienden, het Poolse echtpaar Godebski – en net als Debussy, die zijn pianosuite Childrens Corner voor zijn beminde dochtertje Chouchou schreef, inspireerde de wereld van het kind, van het sprookje en van het speelgoed beide componisten (toevallig vrijwel gelijktijdig) tot het beste wat zij in zich hadden!