Een zeldzame gravure is het. Een schitterend gekleed gezelschapje, achteloos verspreid in een rijke salon, bloemen, tapijten, kristal – en aan de vleugel zit hij, pas negentien jaar oud, met vlak bij hem een mooi meisje. Hij heeft net zijn derde stukje muziek gecomponeerd: niet meer dan een glinsterende snuisterij voor de salon, om de dames te behagen. Ik zou willen dat prinses Wanda het instudeerde, ze is nog heel jong, zeventien misschien, ze is mooi, en het is heerlijk om haar delicate vingertjes op de juiste toetsen te plaatsen!

Ja, ja.

Toch was Warschau te klein voor hem, en hij vertrok naar de hoofdstad van Europa: Parijs, waar hij triomfen zou vieren. Minder dan veertig jaar later werden duizenden uitnodigingen verstuurd om zijn begrafenisdienst in de Madeleine bij te wonen.

Het begin van zijn Eerste Ballade voor piano (opus 23, dus alweer twintig composities verder) is misschien wel het mooiste wat hij schreef: aarzelend, schuchter, bijna angstig omdat hij voorvoelt hoeveel emotie hij zal gaan vormgeven… en dan komt onvermijdelijk een thema dat je een wals zou kunnen noemen als het niet zo’n dreigend, melancholiek karakter had. Daarmee ontrolt zich een puur romantische vertelling met alles wat er bij hoort: noodlot, opstandigheid, berusting, het hele pakket – tot het overweldigend sombere slot waarin de componist ons, ten overvloede, nog even laat weten hoe goed hij piano speelde.

Hij kon er wat van, die Chopin.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Privacy Preference Center