Column

Lassus: Gebaar

Het is een foto, maar uit de houding van de pianist – bovenlichaam iets naar rechts geneigd, hoofd een fractie omlaag – kan je zijn intense concentratie aflezen, misschien zelfs afleiden wat hij speelt! Wat kunnen gebaren van musici mooi zijn, en dat komt omdat ze onbewust worden gemaakt.

De rechterarm van de fluitiste met die knik omlaag bij de pols om de vingers op de fluit te kunnen laten rusten, prachtig! De handbeweging van de harpisten, niet alleen tijdens, maar ook na hun arpeggio; het even optillen van het hoofd en het strekken van de rug, vlak voor de inzet van de klarinettist; de blik omlaag van de violist die naar zijn eigen lange streek luistert: het is de onbewuste gestiek die hoort bij de concentratie van de vakman. Je hoort niet alleen dat hij of zij het kan, je ziet het ook.

Maar pas op voor dirigenten. Hun gebaar is geen bijverschijnsel, hun gebaar is hun vak, en je wordt er vaak mee bedot. Nergens is zo veel aanstellerij als daar. Hoe het wel moet? Nooit zal Lassus vergeten dat hij de legendarische walrus Pierre Monteux Stravinsky’s Sacre du Printemps, misschien toch wel de meest explosieve muziek van de twintigste eeuw, hoorde en zag dirigeren: vrijwel onbewegelijk, met een minuscule slag, maar met de gevarieerdste mimiek.

Het gebaar voordat de klank er is, het onthult zo veel. In een van zijn opstellen over muziek schreef Dick Hillenius eens dat het mooiste moment van de avond het ogenblik was waarop de dirigent het stokje hief om de inzet van Mozarts KV550 aan te geven. De samengebalde concentratie van de musici, samen met die van de luisteraars in de zaal, vlak voor het ogenblik dat aan de verwachting wordt beantwoord…

En dat leidt ons naar het thema van de stilte in de muziek. Daarover een volgende keer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Privacy Preference Center