“Muziek uit de muur” heette het nog tot in de zestiger jaren: je draaide een knop aan de wand om en er kwam geluid uit een doosje, het woord “˜radiodistributie” schiet me te binnen, het deed allemaal nog erg denken aan de Tweede Wereldoorlog – muziek uit de muur, ik vond het niks.

Om echt van muziek te genieten, om de boodschap echt te verstaan, daarvoor was het wel goed als je voor een stoel in de concertzaal betaalde en, liefst door weer en wind, daarheen was gegaan. Dat “offer” zou zijn werk dan doen: na die financiële en fysieke inspanning ging je echt wel geconcentreerd luisteren! Je kwam er tenslotte voor.

Voor velen is muziek door de moderne technieken niet meer dan mooi behang, of, zoals ik laatst de toch door mij bewonderde dichter Anton Korteweg hoorde zeggen: “voor onder het afwassen”.

Ik blijf bij mijn standpunt. Wie de boodschap uit de wereld van de verbeelding (want uit die wereld komt muziek) wil verstaan, moet niet ondertussen stofzuigen, een vinger naar een tegenligger opsteken of de post openmaken. Zoals de oude Charles Burney (18e eeuw, bereisde heel Europa op zoek naar muziek) al zei: “voor een goed concert zijn twee partijen nodig: ˜goede musici en een aandachtig gehoor”.

En toch, en dit in tegenspraak met al het vorige, toch kan het je ook overvallen, plotseling, onvoorbereid, in de auto, of “˜nog even horen voordat ik ‘˜m afzet”, thuis – er komt een onbekend (ja, bij voorkeur onbekend) stukje muziek uit dat ding, en het gebeurt een enkele keer dat je, ja, hoe moet je dat nou zeggen?, dat je je helemaal overgeeft aan het luisteren, dat er niets anders is dan die klank, nu, hier. Die zeldzame momenten, daar gaat het om.

De rest is consumentisme.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Privacy Preference Center