Column

Lassus: Geheim Spel

Het eerste strijkkwartet van de Tsjechische componist Bedrich Smetana, getiteld ‘Uit mijn leven’, is een bijna schaamteloos mengsel van doorgemaakt leed -overleden kindertjes-, Tsjechische volksmuziek en van sowieso een romantisch levensgevoel. Vooral in het langzame tweede deel staat de componist schitterend te snikken, en gezegd moet worden dat het mij onbekende Kuss-kwartet het verdriet tot de laatste druppel wist te verklanken.

Goede smaak en distinctie, darvoor moet je eigenlijk bij de Fransen zijn. Maar een enkele keer kan je daar zo ontzettend genoeg van krijgen, dat het soms heerlijk om de gevoelens zo breed uitgemeten te krijgen als hier.

De wereld van het strijkkwartet met zijn gave, unieke klankbalans van twee violen, een altviool en een cello is een apart universum. Wie daar aan heeft deelgenomen is een rijker mens dan de miljoenen die dat niet gegeven is geweest: strijkkwartet spelen (Lassus deed het langer dan een halve eeuw) heeft meer dan alle andere vormen van muziek maken iets van een ritueel, van een samenzwering, van een geheim spel, of je nu samen een jaar lang zit te ploeteren om een van de zes Bartok-kwartetten redelijk te verklanken, of dat je je tot taak gesteld hebt iedere week een ander strijkkwartet te spelen van de 78 die Haydn voor deze combinatie schreef.

De eerste viool, de voorzanger en de baas van het spul (of je het wil of niet), de tweede viool, de maior domus die de glorie van de eerste zingt, de altviool, de grote spelverdeler tussen ‘boven’ en ‘onder’, en de cello, het fundament waar alles op rust – samen moeten ze het doen. Moeilijk genoeg: ‘Samen spelen is inleveren’, kreeg ik eens van een docent te horen..

Het lijkt wel het echte leven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Privacy Preference Center