Als je die welgedane kop met schitterende pruik van Händel ziet, begrijp je al dat hij van heel wat wereldser makelij was dan zijn leeftijdgenoot Bach. The Messiah werd in 1742 dan ook niet aangekondigd als een oratorium dat de komst van het Jezuskind bezingt, maar zonder meer als een ‘Grand Musical Entertainment’ – dat is wel andere koek dan de zes cantates van Bach die samen het Weihnachtsoratorium vormen!

Lassus woonde een bijna volmaakte uitvoering van die Messias bij door het Rias Kammerchor en de Akademie für Alte Musik Berlin: wat een rijkdom aan klank en timbre, motieven, melodie en harmonie schreef Händel daar in maar drie weken tijd bij elkaar. Samen met Bach vormt zijn werk het stralende eindpunt van een muziekstijl die zijn oorsprong eigenlijk al vindt in de eerste meerstemmige kerkzang van enkele eeuwen daarvoor. Nog bij het leven van beide genieën neemt wat wij de ‘€˜klassieke’€™ Weense muziek noemen, het stokje over, met als hoogtepunt het werk van die drie andere groten (Haydn, Mozart, Beethoven) – net zoals weer enkele eeuwen later, rondom 1900, hun bouwwerk door Mahler en Wagner zo was opgetuigd, dat er opnieuw een bijna fundamentele wending kwam, nu ingeluid door Debussy en Ravel.

Dat is, in een wel heel kleine notedop, de geschiedenis van de Westerse muziek. Dan hebben wij het helemaal niet over India, China, Iran, Afrika, Zuid-Amerika – hele continenten zingen, strijken, tokkelen en blazen klanken die maar langzamerhand, zij het in versneld tempo, tot ons komen.

Muziek – wat een geschenk voor de mensheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Privacy Preference Center