Sommige mensen krijgen bij het luisteren naar muziek mooie beelden voor hun geestesoog, ze zien bergen, kleuren, abstracte figuren, bloemen, wat al niet. Lassus heeft daar – één uitzondering na – geen last van. Voor hem is de klankenwereld een bijna gesloten universum, en wij laten nu maar rusten de hamvraag waarom wij zo graag in dat universum verkeren, eenvoudiger gezegd: waarom wij van muziek houden.

Over die ene uitzondering gaat het vandaag. Horen wij van Schubert (toch niet een componist die we bij de favorieten hebben opgeslagen, om het maar eens met een internet-term te zeggen) het overbekende Impromptu in As (opus 142-2), dan zien wij onszelf als jongetje van twee, drie jaar onder de vleugel zitten waarop papa dit stukje speelt, wij zien perfect en volledig voor ons het oude perzische kleed waar die vleugel op staat, het kleed met de steenrode, blauwe en gele blokjes, een beetje verschoten, wij ruiken het stof en wij zien hoe links van ons (ja, zo exact is dat beeld, links, niet rechts!) het zonlicht door de glas-in-loodraampjes van de erker de kamer invalt. En wij zien natuurlijk de benen en voeten van onze vader, in zwarte schoenen, rustend op de pedalen van de vleugel.

Die klanken van dat kalme stukje muziek, en geen andere, dragen ons naar de vroegste herinnering, en daarbij komen luisteren, kijken, ruiken, drie zintuigen tot leven. Méér dan bij het zien van oude foto’™s zijn wij weer het kind dat wij waren – en nog een beetje zijn!

Laat ons, kijkers, luisteraars, eens weten of u ook zulke luister-ervaringen hebt, die u terugleiden naar beelden van vroeger – het hoeven niet de vroegste herinneringen te zijn, er zijn zo veel momenten in het leven waarop muziek bewust of onbewust een rol speelde en die, wanneer zij weer wordt gehoord, u terugplaatst in de tijd.

Het eerste en het laatste liedje, ze hebben allebei een extra betekenis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Privacy Preference Center