Column

Lassus: Lassus

Claude Debussy (1862-1918) had een scherp oor. Hij was 23 jaar toen hij in Rome twee missen hoorde, een van Palestrina en een van onze naamgenoot Orlando di Lassus.

‘De twee genoemde mannen zijn meesters, vooral Orlando, die decoratiever is, menselijker dan Palestrina… goed gehoord! Ook wij ondergingen een mis van Lassus, weliswaar niet in Rome, maar in de elfde-eeuwse Pieterskerk te Utrecht. De uitvoering van de dodenmis in het sobere interieur (in de zestiende eeuw hadden de volgelingen van Luther tijdens de reformatie alles stukgeslagen wat aan de katholieke rijkdom deed denken) was een indrukwekkende gebeurtenis. Opvallend is hoe de componist de stemvoering zo hanteert, dat ook de luisteraar die minder vertrouwd is met deze koormuziek voortdurend geboeid blijft: de ligging van de vijf stemmen is zo gevarieerd, dat je steeds weer nieuwe klankdraden oppakt, meestal op het moment dat je de vorige uit het oog/oor verloren bent. De inzetten, de afsluitingen, tja, een ‘live’ uitvoering door zo’n prachtig koor als Cappella Amsterdam in zo’n ideale omgeving – daar komen gevoelens bij boven die dichtbij een religieuze beleving liggen. ‘Melodieën’ in de (iets) latere betekenis van het woord kan je ze eigenlijk niet noemen; als de muziek niet zo mooi was, en de tekst niet zo heilig, zou je kunnen spreken van een onovertrefbare klank-spaghetti!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Privacy Preference Center