Voor Lassus – dat zal nu wel duidelijk zijn – is maar één soort muziek echte muziek: ‘klassieke’ muziek. Maar hij wankelt.

Hij hoorde en zag (want wat hij hoorde, kan niet goed zonder ‘zien’) voor het eerst in zijn leven een ‘vocal group’ (in het Nederlands klinkt het toch minder aantrekkelijk): vier mannen, drie vrouwen, keurig in rode blouses met zwarte broeken en rokken. Ze zongen iets tussen jazz en ‘close harmony’ in, maakten daarbij af en toe bescheiden danspasjes en gebaarden zo nu en dan, ook terughoudend, naar elkaar of naar het publiek. De liedjes, soms geïnspireerd op ‘evergreens’, hadden Engelse of Amerikaanse teksten, en zo nu en dan waren ze te verstaan, het ging veelal over liefde.

Het was prachtig en er werd (natuurlijk uit het hoofd) gezongen zonder het ergerlijke, eeuwige ‘vibrato’ van klassiek geschoolde zangers, die hier veel konden leren. Bovendien was het glaszuiver, wat niet eenvoudig moest zijn bij de wringende, soms interessante harmonieën, die nu door de vlekkeloze vierstemmige zang extra reliëf kregen. Bewondering hadden wij voor de goede smaak en de distinctie, waardoor iedere associatie met plat amusement achterwege bleef. Lichte muziek op het hoogste niveau.

‘The Biltstars’ heet de groep. Onze wereld zou groter worden door vaker naar ze te luisteren. Hun wereld zou groter worden als ze ook eens Mozart zingen.

Want Mozart, ja, die staat natuurlijk ver boven ‘klassiek’ of ‘light’. Die staat boven alles.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Privacy Preference Center