Column

Lassus: Tederheid

De introverte Robert Schumann (1810-1849), oppervlakkig gezien niet meer dan een Duitse burger uit de middenklasse, was onvoldoende gewapend tegen het leven. Benoemd tot compositieleraar in Leipzig, bleek het dat hij geen les kon geven; daarna, dirigent in Düsseldorf, wreekte zich zijn gebrek aan leiderschap; en ambities om een groot pianist te worden, faalden, ook door oefeningen die zijn vingers vernielden – en zelfs een poging zich van het leven te beroven, mislukte. Hij stierf in een inrichting, 46 jaar oud. Bij zijn leven stond hij in de schaduw van zijn vrouw Clara, een befaamde concertpianiste, die hem 47 jaar overleefde.

Het blijft altijd een geheim hoe karakter en creatie zich tot elkaar verhouden, maar in al zijn werk komen zowel de neiging tot opstandigheid als introspectie tot expliciete uitdrukking. Tallozen hebben er op gewezen hoe de twee tegenpolen, van het verlangen om meeslepend te leven enerzijds, en berusting en melancholieke afzijdigheid anderzijds, naast elkaar in zijn muziek tot gelding komen. Luister eens naar de eerste van zijn Bunte Blätter, veertien pianostukjes die hij in verschillende periodes van zijn leven componeerde. Hij was een meester op de korte baan: dit duurt iets meer dan anderhalve minuut, maar wat een immense tederheid spreekt er al niet uit die eerste, vragende curve, en hoe prachtig houdt hij die sfeer vast in de paar subtiele verschuivingen van melodische wendingen en harmonie.

Geen andere componist dan Schumann brengt, zelfs bij de meest geharde luisteraar, zo sterk gevoelens naar boven die wel aan verliefdheid doen denken. Hij was op zijn best als liederencomponist, maar je hoeft zijn cyclussen Dichterliebe en Frauenliebe und -leben niet te kennen om bij het horen van dit Bunte Blatt dezelfde spanning, dezelfde vreugde en dezelfde gevoelens van ontoereikendheid te ondergaan…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Privacy Preference Center