Column

Lassus: Vreugde

Krom die vingers eens wat meer, strek die arm wat verder, houd die schouders laag – aldus de leraar tegen zijn muziekstudent. Muziek maken is toch echt een ambacht, een bekwaamheid die voor het allergrootste deel berust op het vermogen om het fysieke helemaal te richten naar de muziek. Klinkt het vals? Laat de hand de klank corrigeren. Klinkt het ruw? Schouder, arm en hand die de stok bedienen (strijkers) of de aanslag regelen (pianisten), kaak- en mondspieren die de toon vormen (blazers) vragen om een andere toepassing. Zoek wat werkt – en gij zult vinden.Overal ter wereld is de beheersing van het ambacht de grondslag voor goed werk. Bewondering hebben wij dan ook voor de doeltreffende vaardigheid van de man die het parket legt, voor de tandarts die zijn boor hanteert, voor de tuinman die zijn rozen ent. En daarom ook hoort de nar niet bij de koning, maar bij de rijtuigmaker; daarom ook hoort Mozart niet bij de keurvorst maar bij de koks in de keuken, want het ambacht is (bijna) alles. Eerst en vooral is de musicus ambachtsman, die dagelijks die vaardigheid moet bijhouden en bijslijpen. Met die bekwaamheid begint en eindigt het vermogen dat te doen wat de muziek verlangt.

En wat verlangt die dan wel? Het antwoord op die vraag dragen wij allemaal in ons mee. Je mag dan meer van de pianist Barenboim dan van Brailowsky houden, meer van de violist Menuhin dan van Milstein – maar meer dan enkele heel kleine persoonlijke tintjes kunnen zij toch niet aanbrengen op de onvergetelijke meesterwerken die de grote componisten ons hebben geschonken: beelden die alle musici en alle muziekliefhebbers kennen en herkennen. Alleen met het geduld en de volharding van de nederige gezel die hoopt het eens tot meester te brengen, kunnen wij zelf misschien iets van die beelden reproduceren. Maar wat een vreugde dat, soms, schenkt!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Privacy Preference Center