Zonder een goede bron kun je nooit een hoge kwaliteit halen, in tegenstelling tot draaitafels zijn de meeste ‘betaalbare’ CD-spelers en streamers vlak en arm van klank. Met ‘digitale’ scherpte en onrust. Een buis in de uitgangstrap kan wat scherpte afronden en wat harmonischen toevoegen maar het kan niet onrust/rommeligheid wegnemen. De meeste high-end spelers bieden veel precisie (in het frequentiedomein) maar door complexe signaalbewerking wordt de harmonische samenhang veelal verstoord (faseverschuivingen tussen grondtoon en boventonen). Intense (agressieve) filtering tast de structuur van de tonen aan, ze verliezen aan gewicht en tastbaarheid. Het gevolg is een wat klinisch, onnatuurlijk geluid, waar de ‘ziel’ uit is.

Filtering

Het karakteristieke CD geluid wordt grotendeels bepaald door het filteringsproces in de DAC. Een mooi alternatief zijn de filterloze (non-oversampling) DAC’s. Bij een conventionele DAC legt het filter de nadruk op nauwkeurigheid in het frequentiedomein waarmee een precieze weergave bereikt wordt (en nette meetresultaten). Nadeel is dat filteren het muzieksignaal op een vervelende manier vervormt, het introduceert o.a. fase/tijdsverchillen waardoor de harmonische samenhang (tussen grondtoon en boventonen) wordt verstoord. Dit zijn onnatuurlijke, ‘mathematische’ verstoringen die niet iedereen onmiddellijk opvallen. Want elke afzonderlijke frequentie wordt goed weergegeven (zelfs door een goedkope discman), maar de natuurlijke samenhang, het totaalbeeld, is verstoord.

Bij een filterloze DAC wordt gekozen voor nauwkeurigheid in het tijdsdomein. Hij laat de harmonische structuur meer onaangetast, wat tot uiting komt in een meer muzikale weergave in een coherenter totaalbeeld. Het klinkt natuurlijker, tastbaarder, ‘analoger’ (ten koste van precisie in het frequentiedomein, maar in praktijk hoor je niets raars). Alhoewel het basisontwerp eenvoudig is, zijn nog maar weinigen in staat om een goede filterloze DAC te bouwen (47Labs, Audio Note, Zanden).

Up/oversampling

Een populaire techniek die veel aangeprezen wordt is ‘up/oversampling’. Dit werkt niet zoals vaak gedacht wordt, het is niet zo dat de originele signaalvorm meer benaderd wordt. Wat het wel doet is de frequentie van sample-storingen (‘images’) verhogen, waarna een minder agressief filter gebruikt kan worden. Het probleem is dat bij het up/oversamplen zelf al een gedeelte van de harmonische structuur verloren gaat. Bovendien neemt de jitter toe vanaf een goed loopwerk. Up/oversamplen kan wel een verbetering geven bij een matig/gemiddeld loopwerk/DAC, maar bij de beste apparatuur geeft het juist een verslechtering (het up/oversampelde muzieksignaal is minder nauwkeurig, brengt je verder van het origineel). Tot zover onze kritische noot: indien echter er op de juiste manier aandacht is besteed aan de bouw van up/oversampling ontwikkeling is het mogelijk om een uitstekende upsampler te creëren. De M-Scaler van Chord Electronics is een voorbeeld hiervan!

CD-loopwerk & Jitter

Het loopwerk speelt een aanzienlijke rol in de kwaliteit, jitter correctie werkt alleen maar bij matige loopwerken. En dan nog zeer beperkt. Je kunt niet alle schade herstellen die is aangericht bij een loopwerk, ook niet met bufferen e.d. Waarom? Omdat, in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, het digitale signaal niet volledig digitaal is. De tijdbasis is analoog, de tijdstippen waarop de bitjes gelezen worden zijn o.a. onderhevig aan trillingen, servocorrecties en fluctuaties in de voeding (klok).

Timingsfouten vervormen het muzieksignaal, dit heet Jitter. Het principe van Jitter is simpel, maar de complexiteit wordt vrijwel altijd onderschat. Jitter beslaat een groot spectrum van verschillende vervormingen die elk andere klankeigenschappen hebben. Het is een studie op zich. Enkele vaktermen om een idee te geven van verschillende soorten Jitter: Random Jitter, Duty Cycle Distortion, Pulse Width Distortion, Data Dependent Jitter, Intersymbol Interference, Sinusoidal Jitter, Uncorrelated Bounded Jitter. Re-clocken kan nooit alle soorten Jitter verwijderen, bovendien introduceert het re-clock proces weer nieuwe vormen van Jitter.

Jitter vervormt het muzieksignaal, het geeft een hoogfrequent vervorming op elke toon (ook op midden en lage tonen). En het introduceert fase/tijdsverschillen waardoor de harmonische samenhang (tussen grondtoon en boventonen) wordt verstoord. Dit resulteert in hardheid, scherpte, agressiviteit en vervlakking van klank (alle instrumenten krijgen meer eenzelfde klankkarakter). Alles klinkt iets rafeliger, wat meer ‘versmeerd’. De muzikaliteit en ‘ziel’ verdwijnen. Het zorgt voor onrust en luistermoeheid op lange termijn. Zonder een goed loopwerk is het onmogelijk om het originele muzieksignaal te benaderen. Je bereikt nooit meer dat zuivere, rustige, ‘analoge’, rijke en tastbare geluid. Helaas zijn goede loopwerken prijzig.

Vervormingen

Bij vergelijkingen tussen digitale kabels e.d. valt op dat sommigen wat extra jitter (in eerste instantie) mooier vinden klinken. De ‘digitale’ scherpte die aan elke toon wordt toegevoegd lijkt het geluid wat meer tekening te geven, wat sneller en dynamischer te maken. Dit klopt ook: op elke toon zit een vervorming van hoge frequentie, die vervorming maakt de aanzet van elke toon sneller (de voorkant van de golf stijgt sneller). In een systeem dat wat aan pit en levendigheid tekort komt kan een slechtere CD-speler makkelijk als beter beoordeeld worden. Maar deze vervorming brengt je uiteraard verder van de originele opname en sfeer, en op lange termijn is het vermoeiend. Het is niet de manier om een goed systeem samen te stellen.

Daarbij komt dat jitter ook voor een breder geluidsbeeld zorgt, sommigen vinden dit ook mooier. Dat bredere beeld komt doordat jitter faseverschillen tussen links en rechts veroorzaakt, bijv. als een instrument in het midden van het geluidsbeeld staat dan moeten de golven van de linker en rechter speaker exact op dezelfde momenten bij je oren aankomen. Jitter geeft afwijkingen in deze tijdstippen, dus in de plaats van het instrument, het instrument ‘danst’ razendsnel rond ‘t midden zodat het breder lijkt. Hoe meer jitter hoe breder het beeld. Natuurlijk gaat dit ten koste van de precisie van de plaatsing en van de diepte. Als je een breder beeld zoekt moet je je speakers verder uit elkaar zetten, niet een slechtere CD-speler, loopwerk, DAC of digitale interlink nemen!

Streaming

We vinden streaming lang niet zo baanbrekend als velen beweren. Ook hier geldt weer dat de klank vaak ‘digitaal’ is, het lijkt dynamisch en levendig maar door de ‘elektronische’ glans die er over het geluid zit, kan het maar niet natuurlijk klinken. De laatste paar jaar zijn er echter wel een paar redelijk goede streamers op de markt verschenen die dichterbij bij de kwaliteit van een goed loopwerk komen. Ook zijn deze streamers, vaak met een eigen applicatie, van alle pleziertjes voorzien zoals het maken van een playlist of het zelf laten zoeken van muziek op basis van een algoritme. Maar het overtreffen van een CD-loopwerk of mooie draaitafel zien wij nog niet zo snel gebeuren alhoewel er gelukkig fabrikanten zijn die daar wel écht naar streven.