Audiokabels behoren op geen enkele manier het geluid te beinvloeden, een goede kabel hoor je niet. Een redelijke goede kabel hoeft niet veel te kosten, een echt goede kabel is daarentegen moeilijk te maken en zeldzaam. Tussen de dure kabels zitten maar weinig kabels die zijn geld waard zijn

eestal hebben ze invloed op het geluid en worden gebruikt worden om een systeem in balans te brengen, maar dit gaat ten koste van de absolute kwaliteit, kabels horen niet te filteren! Je kunt kabels (en apparatuur) het beste beoordelen op diversiteit. Een kabel die echt goed/neutraal is laat een grote verscheidenheid aan natuurlijke klankkleuren door, ze laten een (veel) grotere variatie horen tussen instrumenten, stemmen, sferen, opnames, timbres etc..

Hoe belangrijk zijn kabels?

Het belang van kabels wordt vaak overdreven, want er valt nu eenmaal flink aan te verdienen. Indien je een fantastisch klinkende set hebt, klinkt die nog steeds fantastisch als je alles vervangt door standaardkabeltjes. Als je problemen wilt oplossen met kabels ben je verkeerd bezig. Maar als een set perfect klinkt dan zal het met echt goede kabels allemaal nog mooier klinken. Een handvol sets is zo goed dat je niet meer terug kunt als je die met goede kabels hebt gehoord.

Indien je grote verschillen hoort tussen kabels heb je te maken met kabels die filteren, of de impedantie van de apparatuur beinvloeden. In dit laatste geval is het effect afhankelijk van de apparatuur, dus onvoorspelbaar.

Het is beter (en goedkoper) om een kabel te nemen die van nature de optimale eigenschappen heeft:

Voor een interlink moet de capaciteit zo laag mogelijk zijn (niet getwist). Hij moet uit een enkele massieve ader bestaan van zuiver koper, zilver of goud. Om het skineffect te verminderen moet hij dun (0.3-0.5mm) of plat zijn (folie). Meerdere aders kan ook (met name voor speakerkabel, om de weerstand te verminderen). Maar dan dient elke ader afzonderlijk geïsoleerd te zijn. De mantel (diëlectricum) is zeer belangrijk, door het potentiaalgedrag tussen het draadopervlak en de mantel wordt het muzieksignaal vervormd. Het gaat o.a. ten koste van de klank en stijgsnelheid. Kunststoffen maken het geluid vlakker van klank en vetter (afrondend). Teflon heeft hier minder last van maar is nog steeds verre van optimaal. Het beste zijn natuurlijke materialen als katoen, zijde, e.d. (onder andere door hun veel lagere dielectrische constante). Daarnaast moet de mantel vibraties dempen (de kabel zelf wekt electro-magnetische krachten op).

Afscherming doet meestal meer kwaad dan goed onder huiskameromstandigheden (het gaat ten koste van de snelheid en zuiverheid). Er zijn nauwelijks echt goede fabriekskabels, vanwege het vereiste arbeidsintensieve handwerk komen de mooiste kabels van zelfbouwers. Als je kant-en-klare kabels wilt kopen let dan op bovenstaande eigenschappen. Hoe meer hiervan wordt afgeweken, hoe groter de kans dat het muzieksignaal aangetast wordt. Bedenk dat een kabel het geluid kan nooit verbeteren, alleen verslechteren!

Er zijn kabels die de agressieve transistoreigenschappen wat filteren, nadeel is dat het hoog wat korrelig wordt, minder vloeiend, o.a. niet massieve draad (gevlochten) heeft deze eigenschap. Verzilverde aders doen het goed om het hoog wat op te peppen. Nadeel is dat er een hardheid in het hoog ontstaat waarbij een gedeelte van de natuurlijke klankkleuren verloren gaan, bijv. cymbalen gaan metaliger, kouder klinken. Puur zilver klinkt minder fel, koper klinkt nog wat vriendelijker (en meestal coherenter). Zuiver goud met natuurlijke materialen als isolatie/diëlectricum combineert de goede eigenschappen van zilver (openheid) en koper (natuurlijke warmte, coherentie). Daarbij heeft zuiver goud de betere eigenschappen om het muzieksignaal door te laten (in een goede constructie, een gouddraad levert niet zomaar de magie). Met name de harmonische structuren blijven stukken beter overeind dan bij koper, zilver of zilver-goud legeringen (meer klankrijkdom, diversiteit, resolutie, natuurlijkheid, dynamiek).

Verschillende materialen brengen op verschillende manieren het electromagnetisch veld over. Afhankelijk van het materiaal en de opbouw, verschilt dat veld voor verschillende frequenties. Er wordt vaak gesteld dat dat voor audiofrequenties te verwaarlozen is. Maar een korte luistersessie op een goed systeem is genoeg om te ervaren dat er meer aan de hand is.

Sommige kabelfabrikanten gebruiken een kastje met een correctienetwerkje (vaak niet meer dan een goedkoop spoeltje). Het zou tijd/fases corrigeren zodat alle tonen gelijk aankomen want hogere frequenties reizen iets sneller (door de lucht, niet door de kabel). Er vallen geen tijds-/faseverschillen te corrigeren voor de lengte van de kabel, wel voor de speakers, maar dit is de taak van de speakers zelf. Een kabel zou dat hooguit op een hele grove, onvoorspelbare manier kunnen doen. Indien ze wel met fases gaan schuiven kan het de illusie geven van een dieper geluidsbeeld (dit soort kabels staan meestal ook bekend om hun grote 3D-geluidsbeeld). Maar het gaat wel degelijk ten koste van de coherentie en nauwkeurige plaatsing. Wat ze in het beste geval doen is de eigen capaciteit/inductie neutraliseren.

Bi-wiren/bi-ampen

Veel speakers zijn tegenwoordig uitgerust met dubbele aansluitingen, zodat de hoge- en lagere frequenties apart aangesloten kunnen worden.

De voor- en nadelen:

• Het signaal dat door een kabel loopt wekt een (elektro-)magnetisch veld op, dat op zijn beurt het signaal weer beïnvloed. Een voordeel van bi-wiren is dat de magnetische velden van hoge en lage frequenties elkaar niet direct meer beinvloeden (intermodulatie).

• Het signaal zet de speakers in beweging, maar speakerunits die in beweging zijn geven ook weer een signaal af, vooral de woofer moduleert de tweeter (een tweede vorm van intermodulatie).

Bij bi-wiren verloopt deze feedback niet meer direct bij de speaker, maar de feedback lus loopt nu over de gehele lengte van beide kabels, netto gezien een nadeel. Bij bi-ampen vervalt dit nadeel.

• Een groot nadeel van bi-wiren ontstaat doordat de kabels verschillend belast worden, waardoor faseverschuivingen kunnen ontstaan. (Een wijziging in het impedantiegedrag kan bij een zorgvuldig afgestemd ontwerp het fasegedrag onvoorspelbaar maken, met name rond de crossoverfrequentie kan dit de coherentie verstoren).

Bi-ampen verergert dit probleem omdat ook de versterkers verschillend belast worden, zelfs met identieke en zeer stabiele versterkers kan de balans van een zorgvuldig ontworpen high-end speaker verstoord worden.

Hoe klinkt bi-wiren/bi-ampen?

De resultaten zijn afhankelijk van de gebruikte speakers, kabels en versterkers, maar over het algemeen wordt het hoog en laag meer uit elkaar getrokken, het lijkt opener, transparanter. Plaatsing lijkt soms beter. De coherentie wordt vaak verstoord, het is minder een geheel, muzikaliteit en PRAT (Pace, Rythm and Timing) nemen dan af. Bi-wiren en bi-ampen geven op het eerste gehoor vaak een verbetering (in het hoog en laag). Maar kijk ervoor uit dat je niet gaat inleveren op muzikaal genot, echtheid, tastbaarheid e.d.

Single-wiren op bi-wire aansluitingen

Dit kan op 3 manieren: op het hoog, op het laag of kruislings (een draad op het hoog en een op het laag). Op high-end niveau maakt dit nogal wat uit, om de feedback op het hoog te verminderen (intermodulatie), sluit je de speakerkabels op het LAAG aan (de laagfeedback via de kabel wordt dan niet direct langs de tweeter geleid). Vervang de brugjes/plaatjes door een draadje (massief koper of zilver met een dikte van max. 0.5mm).

Actief bi-ampen

Bij actief bi-ampen worden er geen filters in de speaker meer gebruikt. In plaats daarvan wordt het signaal al voor de versterkers gefilterd. In theorie kan dit een kwaliteitswinst geven (actieve i.p.v. passieve filtering geeft minder verliezen). Maar er is heel wat geduld en kundigheid voor nodig om een goed ontwerp nog te kunnen verbeteren.

Netkabels

Voor diegenen die niet begrijpen dat netkabels en stekkers een invloed hebben op het geluid: realiseer dat de energie waar je naar luistert voor 100% afkomstig is uit het stopcontact. Vanuit het stopcontact gaat het via de voeding naar de laatste trap in je versterker alwaar het gemoduleerd wordt met muziek. Het is een verkeerd beeld om te denken dat het signaal opgebouwd/versterkt wordt. Het signaal uit de bron wordt vrijwel direct “gekopieerd” in alle trappen. De energie van elke voorgaande trap vloeit daarbij voor het allergrootste gedeelte weg, de eindtrap levert de energie die naar je speakers gaat.

De voedingsketen vormt net zo goed een geheel als de signaalketen. De voedingsketen houdt niet op bij de buffercondensatoren, de hele keten bepaald het eindresultaat. Zowel signaal (informatie) als energie worden overgebracht door elektromagnetische velden. NIET door elektronen zoals meestal gedacht wordt. Dit is een hardnekkig misverstand dat ontstaan is door de simplificatie in de eerste elektronicales!

Ook bij netkabels doet afscherming vaak meer kwaad dan goed. Er zijn wel uitzonderingen: met name bij digitale apparatuur (die een zeer agressieve belasting voor voedingen zijn) kan het zijn dat een (zeer goede) afgeschermde kabel beter resultaat geeft. Als je kiest voor afscherming is het niet per sé zo dat het aansluiten van de afscherming aan aarde het beste resultaat geeft. Het voordeel hiervan is dat een deel van de storingen wordt afgevoerd naar aarde. Dat is ook direct het nadeel: alle EMI/RFI van bijvoorbeeld je andere apparatuur wordt via (o.a.) die kabel afgevoerd naar aarde. Maar het zal eerst ‘over’ die kabel moeten gaan lopen, wat weer moeiljkheden/vervormingen introduceert. Uiteindelijk zul je natuurlijk gewoon de verschillen tussen wel/niet afgeschermd moeten beluisteren (in je eigen systeem). Bekabeling alleen is een zeer complex geheel.”Electronics students commonly assume that electrical energy flows inside metal wires. Physics students know differently…”