Deze HiVisit brengt me naar het Gelderse Buren, waar de bijzondere hifi-winkel Audio-Life sinds 2008 is gevestigd in een voormalige melkfabriek aan de zuidelijke rand van dit pittoreske Oranje-stadje. Er is de afgelopen tijd veel gebeurd met het bedrijf. De – sinds kort weer – eigenaar Caspar Bunge, die me op de maandagmorgen dat ik er binnenwandelde enthousiast ontving, vond het een goed idee om de nieuwe stand van zaken te vereeuwigen. Het werd een interessant gesprek, dat behalve over het bedrijf en de spullen die ze er verkopen voorál ging over de liefde voor muziek én de winkelfilosofie van Caspar, en hoe hij die na jaren eindelijk aan zijn diepste eigen visie heeft aangepast.
Eenmaal aangekomen op de bijzondere plek waar Audio-Life is gevestigd – een dubbele unit in een voormalige melkfabriek die nu als bedrijven-verzamel-locatie dient – liep ik tegelijk binnen met een man die Caspar’s buurman (van thuis) bleek te zijn. Hij kwam twee stapels krukjes terugbrengen die hij had geleend voor een thuisconcert. Caspar verontschuldigde zich dat hij eerst even de krukjes moet opruimen, maar toen hij na een paar minuten een kopje heerlijk geurende espresso onder mijn neus schoof, en tegenover me plaatsneemt aan de tafel in de grote luisterruimte die ook als kantoor dient, hief hij zijn armen in een uitnodigend gebaar en riep:” “Wat gaaf dat je er weer bent! De laatste keer was echt lang geleden!”.
Hij had gelijk, dat moet ergens in het najaar van 2015 zijn geweest, toen hij een show organiseerde rond de introductie van de Chord Electronics DAVE da-converter. 11 jaar! We keken elkaar aan en schoten in de lach. “Nou,” vervolgde hij. “Dan wordt het hoog tijd om het te gaan hebben over het heden. Want er is veel gebeurd in de tussentijd. De weg die ik heb afgelegd om te komen waar ik nu ben hoeven we wat mij betreft niet heel uitgebreid te bespreken, want die is al opgetekend in verschillende eerdere HiVisits. Als ik goed geteld heb is dit de vijfde. Volgens mij is het een leuk idee om die historie op de één of andere manier als een soort uitgebreide voetnoot onder dit verhaal te vertellen aan de hand van die vorige Hi-Visits, denk je dat dat lukt?”

Dat zal zeker lukken, maar waar wilde hij het nu dan over hebben? “Ik zou het liefste alleen over muziek praten,” stak Caspar van wal. “Dat is waarom ik hiermee begonnen ben, en waarom ik het nog steeds, of liever gezegd sinds een tijdje wéér, doe. De historie is wél belangrijk omdat die de reis hier naartoe beschrijft, maar een groot deel daarvan is eigenlijk al beschreven. Vandaar dus het idee om de vorige HiVisits als voetnoot met links toe te voegen aan dit verhaal. Artikelen op internet-publicaties hebben de neiging om op een gegeven moment helemaal weg te zakken in de tijdlijn, deels vanzelf natuurlijk, omdat er steeds weer nieuwe content verschijnt, maar deels ook omdat niemand ze op een gegeven moment meer leest omdát ze zijn weggezakt. Dat vind ik eigenlijk best zonde van het werk dat er door iedereen in is gestoken.
Wat ik in historisch opzicht wél nog het vermelden waard vind, is dat ik blij ben dat het Dutch Audio Event het nu zo goed doet. Ik ben er niet meer bij betrokken, maar DAE is voortgekomen uit mijn X-Fi Show, die ik als een soort ‘Bal Des Refusés’ begonnen ben met deelnemers die niet konden meedoen met de toenmalige VAD show. Dat veroorzaakte toen best wel wat deining, maar ik vind dat het echt tot iets heel moois is uitgegroeid. Mijn tip: houd het exclusief, verweef meer live muziek en maak het niet te commercieel.”
Terug naar de essentie nu, via het recente verleden dat tot het heden heeft geleid. “Nadat ik mijn complete bedrijf, dus zowel de winkel als de import en distributie, aan Mafico had verkocht vroegen zij me of ik nog twee jaar als adviseur bij het bedrijf betrokken wilde blijven om de overdracht van activiteiten en klanten zo goed mogelijk te laten verlopen, en dat deed ik met liefde en plezier. Maar toen Mafico er na enige tijd achter kwam dat het uitbaten van een winkel een discipline was die eigenlijk té ver afweek van wat ze verder doen, boden ze me de kans om de winkel nieuw leven in te blazen vanuit eigen ondernemerschap.
Uiteraard greep ik die kans met beide handen aan”, vertelt Caspar met lichtjes in zijn ogen. “Dat was namelijk een prachtige gelegenheid om iets te gaan doen dat ik voorheen wel wilde, maar eigenlijk niet goed durfde: superspecialiseren. Terug naar de essentie van de muziek. Het nieuwe assortiment zou voor ongeveer 80% uit Audio Note gaan bestaan, aangevuld met DeVore Fidelity, Harbeth, Audio Consulting, Falcon Acoustics en Aurender.” Caspar is geen distributeur meer, de merken die hij nu verkoopt zijn ondergebracht bij Mafico Pro en deels bij zijn oud-collega’s Hans Scholten en Peter Vijfvinkel. Caspar is sinds begin 2026 officieel ‘vrij man’ in zijn Audio-Life. Toen hij de winkel terug overnam was het assortiment nog een stuk breder, maar inmiddels is er dus flink ‘gesuperspecialiseerd’. Wat onveranderd bleef is de liefde voor muziek.
Wat me tijdens het teruglezen van de historische tijdlijn aan HiVisits namelijk het allersterkst opviel was hoe extreem veel liefde voor muziek telkens weer uit de verhalen van Caspar naar voren komt. Die rode draad duikt óók weer op tijdens het gesprek voor déze HiVisit. Klanten zijn leuk, de apparaten met hun knopjes en lampjes óók, maar muziek is waar het wat hem betreft allemaal om draait.
Zijn grote passie is het bespelen van de Cello, volgens hem het mooiste en moeilijkste instrument. “Nu ik meer tijd heb kan ik daar ook weer een deel van mijn energie in steken. Ik vind dat geweldig. Saint Sans, Faure, Casals en Bach. Ik leer nog iedere dag.” Daarnaast bezoekt hij niet alleen regelmatig concerten, maar organiseert ze soms ook zelf, een aantal keer per jaar, zowel in de winkel in Buren als bij klanten thuis. En hij combineert dat vaak met interessante demonstraties van nieuwe producten. Bovendien moet je als klant van Audio-Life niet raar opkijken als je bij de aankoop van je prachtige nieuwe apparatuur een paar kaarten voor het Concertgebouw in Amsterdam cadeau krijgt, met de complimenten van Caspar.

“Voor de beste connectie met de muziek kom ik toch steeds weer uit bij Audio Note, waar ik uiteindelijk alle vijf de levels van in huis wil hebben. Audio Note UK welteverstaan, de Japanse Audio Note Kondo versterkers hebben een andere klank. Iets neutraler maar ook analytischer, met een superhoge resolutie. Dat is niet voor iedereen. De huisklank van Audio Note UK trouwens óók niet, heb ik gemerkt, het is maar net waar je naar op zoek bent. Maar ik volg hierin mijn eigen hart en kan daarom maximaal enthousiasme overbrengen op mijn klanten.”
“Het grappige is dat muziekbeleving weliswaar zeer individueel is, maar toch merk ik dat de vele muzikanten in mijn klantenkring niet per se voor een hogere resolutie kiezen, maar eerder warmlopen voor natuurlijke klankkleur en een live beleving. Harmonischen zijn essentieel in de muziekbeleving, die maken de weergave overtuigender, of, zo je wilt: echter. Ik ben op zoek naar homogeniteit en klankkleur en harmonische structuren, en om de beste referentie te hebben bezoek ik graag concerten. Eigenlijk vind ik dat alle hifi-winkeliers dat zouden moeten doen. Je hoeft natuurlijk niet per se die passie voor livemuziek te hebben om een mooie set te kunnen verkopen, maar het helpt mee om dichter bij de essentie te komen. Het is dan de muziek die leidend is, niet het apparaat. Maar ik kom ze helaas niet vaak tegen.”
Het was, meerdere espresso’s verder, inmiddels tijd geworden om de daad bij het woord te voegen. Het gesprek, dat zich
mede door mijn toedoen inmiddels had ontwikkeld tot een wederzijdse lofzang op muziek, verplaatste zich naar de naastgelegen luisterruimte waar een opgewarmde Audio Note set klaarstond. Ik mocht gaan luisteren naar een Audio Note CDT Three cd-loopwerk, dat via een Audio Note DAC3.1x Balanced was aangesloten op een geïntegreerde OTO Phono SE versterker met met zilveren trafo’s, die een set AN-E HE SPE luidsprekers met de blauwe hennep-conus aanstuurde.
De luidsprekers stonden, voor kenners van het merk, een beetje a-typisch opgesteld, namelijk vrij ver naar voren. “De officiële lezing van Audio Note is: Speakers als het kan in de hoeken,” legt Caspar uit. “Dat kan en klinkt geweldig, met name de laagopbouw is grootser. Maar een speaker meer vrij in de ruimte geeft een andere essentie, waarbij het midden zo prachtig naar voren kan komen en de muziek voor zichzelf gaat spreken, of eigenlijk ‘zingen’. Dus…” zo verzekerde Caspar me, “dit gaat ook erg goed. Hoor maar…”
De eerste cd verdween in de topleader van het loopwerk. Kenny Burrell en John Coltrane mochten het spits afbijten. Een opname uit 1963, ouder dan ik dus, en daar stonden ze! De weergave was sneller en directer dan ik thuis gewend ben, en het duurde ongeveer een minuut voor ik me daarop had ingesteld. Maar toen verdween de set langzaam naar de achtergrond en nam de muziek de overhand.
Potverdorie zeg! Zo snel had ik die impact niet verwacht. Misschien dat Caspar’s lyrische introductie me er min of meer bouwrijp voor had gemaakt, maar ik durf echt wel te zeggen dat ik met mijn jaren ervaring in dit vak redelijk ongevoelig ben geworden voor ‘expectation bias’. Misschien komt het door mijn ervaring met het bezoeken van kleine jazzconcerten, waar doorgaans onversterkt wordt gespeeld en de muzikanten zelf voor de onderlinge balans moeten zorgen. Een ambacht op zich, net als het vastleggen ervan – hier dus door de grote Rudy van Gelder. De dynamiek van deze oude opname was adembenemend, en met name de contrabas (Paul Chambers) had een klank die ik uit eigen ervaring goed ken. Niks hoge resolutie en veel vingergeluid op de snaar en op de toets, maar mooi rond en houtig, als een natuurlijk fundament.
Tijd voor iets geheel anders. Caspar legde een schijfje van de Armeense duduk-speler Djivan Gasparyan in de speler. Zijn album I Will Not Be Sad In This World, dat oorspronkelijk in 1983 in Rusland uitkwam op het staatslabel Melodiya, maar in 1989 internationaal beschikbaar kwam via het Opal Records label van Brian Eno, bevat acht Armeense volkswijsjes die door Gasparyan zijn bewerkt tot solostukken. Helemaal solo speelt hij overigens niet, zijn landgenoot Vachagan Avakian speelt – eveneens op de duduk, een blaasinstrument met twee rieten dat qua speltechniek een beetje op een hobo lijkt maar totaal anders klinkt – een continue ‘drone’ waaroverheen Gasparyan zijn immens melancholieke en zeer aangrijpende melodieën preludeert.
De natuurlijke timbres van de twee instrumenten smolten prachtig samen en de natuurlijke galm van de Melodiya opnamestudio was er perfect mee verbonden. De opgestelde set liet alles horen, maar drong zich geen moment op. Geen sprake van valse resolutie door opgefokte hoge tonen, maar hoge, zeer indrukwekkende transparantie. Bij deze set gaat het duidelijk niet over een microscoop die op de opname wordt gericht, maar over het delen van intensiteit en beleving. Dat zei althans het kippenvel op mijn armen me.
Nog een aantal heerlijke tracks volgden: Oscar Peterson die ‘requests’ speelde (You Look Good To Me) en Marcus Miller (Lonnie’s Lament) die werkelijk putdiepe lage tonen uit zijn bas liet knallen, maar omdat de tijd een beetje begon te dringen – die waren we ‘even’ vergeten door de muziek – sloten we de luistersessie uiteindelijk af met twee spectaculaire stukken van Jonian Ilias Kadesha & CHAARTS Chamber Artists, een tip van een cello-spelende muzikale vriend van Caspar.
Eerst het Allegro uit het Vioolconcert in D Majeur RV 208 “Il Grosso Mogul” van Antonio Vivaldi, waarbij de brisante speelstijl met veel kracht en dynamiek een echte uitdaging voor het systeem vormde. En geen krimp…
Maar toen kwam nog het Concerto for Violin, Strings, Lute and Percussion “TYCHE”, van de hedendaagse Italiaanse Cellist en componist Giovanni Sollima, door hetzelfde ensemble en Kadesha in de leidende rol op viool. Een stuk met een enorm dynamisch bereik, dat veel stille passages bevat waarin heel veel ruimte is voor de textuur van de viool van Kadesha (die dan weer zacht en ijl klinkt, dan weer in woeste Spiccato techniek losbarst, waarbij de stok over de snaren ‘danst’ om korte, snel opeenvolgende staccato noten te spelen). Een uitdagende compositie, dat zeker, maar wat een schitterende transcriptie, en het systeem wist een ongelooflijk mooi inzicht te bewaren, nergens liep het beeld dicht, zelfs niet op het vrij hoge volume waarop we luisterden.
Toen ik na een verrassende maar oprechte knuffel van Caspar in de auto stapte en langs de lommerrijke rand van Buren richting de snelweg reed mijmerde ik na over de bijzondere ervaring die ik deze ochtend had. Dat Caspar ‘het vak’ anders benadert dan bijna iedereen in de vaderlandse branche wist ik al, want we kennen elkaar al langer, maar dat hij er, na alle zakelijke perikelen en omzwervingen van de afgelopen (bijna) twintig jaar, nog steeds op dezelfde wijze en met volle overtuiging zo in staat bewijst volgens mij dat zijn unieke stijl geen aangenomen pose is, of een marketingplan, maar een verlengstuk van hemzelf. Hij kán niet anders, maar hij wíl ook niet anders. Als die pure en oprechte benadering je ligt ben je, wanneer je eenmaal bij Audio-Life in Buren bent binnengelopen en er wat hebt gekocht, een klant voor het leven. Of een vriend voor het leven, wanneer je er, zoals ik, niet komt om te kopen, maar om het verhaal te horen.
Geschreven door: Max Delissen van HiFi.nl